2003 - Kenya en Tanzania
Deze vakantie begon eigenlijk al weken voordat we echt op reis gingen. Er moesten nl. visa geregeld worden en ik ben geen fan van het opsturen van mijn paspoort. Kortom, op naar Nieuwerkerk aan den IJssel alwaar VanVliet trucks gevestigd is. Ja ja, een visum voor Tanzania haal je bij van Vliet trucks. Tenminste, de eerste week vraag je het aan en de tweede week kun je het halen. Dan was Kenya makkelijker want dat was slechts een trip naar de ambassade in Den Haag. Wat bezoekjes aan de GGD in Bussum en toen was er de daadwerkelijke vertrekdag. Vroeg op en met de trein naar Schiphol. Grote drukte daar want de bagageband bleek kapot. Op hoop van zegen de bagage ingecheckt. Vliegtuig in en ’s avonds rond 21 uur waren we in een aardedonker Nairobi. De transfer naar het hotel duurde 30 minuten en zo stapten wij uit bij het Safari Park hotel, mooi. Met een biertje zat ik even later op de veranda van de kamer, een nacht vol met geluiden. En een dito ochtend want in de tuin zat een grote groep ibissen en die maken een ongelooflijke herrie. Het hotel lag in een soort park en het was leuk om daar even rond te lopen en de vele bloesems te ruiken. Na een luxe ontbijtbuffet ontmoetten we onze gids William en onze twee medereizigers, Wijnand en Marie. En dan op weg naar Masai Mara, een ritje van 280 kilometer. Net buiten de stad al gestopt bij een souvenirloods met zeer opdringerige verkopers. We bereikten de Great Rift Valley en reden even later het gebied van de Masai binnen. Veel dorpjes, markten, rommel en zooi op straat. Onderweg ook de eerste wilde dieren: zebra’s, gnoes, struisvogels en gazelles. Het echte park in en heil gevonden in de Mara Sopa Lodge waar we een banda kregen. Lunch en een wandeling over het hotelterrein. Schitterende vlinders, veel bloemen, fraai gekleurde agama’s en wat opdringerige vrouwen. En tijd voor een game drive. Zebra, gnoe, impala, gazelle, hartebeest en topi. In de verte olifanten. Een boom vol gieren. En drie leeuwinnen, slapend. Onhoorbaar kwam de leeuw aanlopen om tussen twee van zijn vrouwen neer te ploffen. Vlakbij lag het karkas van een giraffe, kennelijk hadden de leeuwen een feestmaal achter de kiezen. Een stuk verder wederom leeuwen, dit keer 5 leeuwinnen met in totaal 7 welpjes. Ik wilde het liefst uitstappen om de welpjes te knuffelen maar toch niet gedaan. Prachtig om te zien hoe deze welpjes dronken bij hun moeders en elkaar af en toe een mep verkochten. Om ons heen stonden ondertussen vele andere auto’s. Op de terugweg nog even langs het karkas van de giraffe en rond het karkas stonden nu 8 giraffes. Het leek wel alsof ze afscheid namen van hun makker. Wij naar de lodge, eten en op de veranda gekeken naar 2 dik-diks. En het is simpel: een verblijf in Masai Mara betekent beestjes kijken. En zo gingen we weer op pad en weer en weer. ’s Morgens vroeg eerst natuurlijk even een stukje lopen en wat is er nu leuker dan dan meteen jakhalzen tegen het lijf lopen. Veel vogels ook. Grote en ontzettend lelijke maraboes maar ook prachtige kraanvogels. En secretarisvogels, slangenhalsvogels, witkopkievieten. Opeens in een kudde van zeker 150 buffels staan. Grappig om al die boze koppen te zien met overal roodsnavel-ossepikkers. .Het verschil zien tussen Thomson gazelle en Grants gazelle. Rijdend langs een heuveltje met daarop een stel leeuwen, kwamen wij bijna in botsing met een in het gras slapende leeuwin. Rond de lodge maar weer op vogeljacht: veel wevervogels en Senegalese zwaluwen. In de verte een kudde van 50 olifanten, op weg naar een plek voor de nacht. Giraffes die je vaak echt bijna niet ziet. Stilstaan met de auto omdat de accu hapert. Uitstappen en duwen. En dat vlakbij het leeuwenheuveltje. ’s Avonds een optreden van een Masai dansgroep. Ja, ze springen hoog, ze “ahoemen” veel en diep maar ik hou gewoon niet van dit soort gedoe. Ik vond de bushbaby veel leuker. Einde Masai Mara en we reden dan ook vrolijk naar Narok, een stevige bende, en door naar Lake Nakuru. Daar bleken we in een andere lodge te slapen dan gedacht en we eindigden in de prima Sarova Lion Hill Lodge. Onderweg de eerste neushoorns gezien. Bij de lodge werden we begroet door een paar neukende bavianen. Na een wandelmiddag (prachtig uitzicht op de flamingo’s die Lake Nakura rose kleuren) de auto weer in. Erg veel pelikanen, aangevuld met maraboe, ooievaar, bonte ijsvogel en reuzenreiger. Langs veel zebra’s, waterbokken buffels kwamen we bij het meer. Met zoutbodem, dit schrapen de flamingo’s dan weer af om te eten. En het eer bleek ook van dichtbij rose met wit te zijn. Prachtig. Ergens vliegt een flamingo op en vervolgens vliegen er 10.000 op terwijl 150 meter verderop een wolk van 5.000 vogels net weer landt. Stukje verder een secretarisvogel op haar nest en toen, jawel, een neushoorn. Een witte ofwel een breedbek-neushoorn. Wat een beest. Lijkt wel wandelend plaatstaal. We zagen er verderop nog een en verderop nog een rondscharrelen.
Verder naar Nairobi, de medereizigers afgezet in het Safari Park Hotel en doorgereden naar de Masai meat Market, een restaurant. Enorm groot en de menukaart lijkt wel een folder van een dierentuin. Alleen dan is hier alles gegrild. Ik nam de grill special en dat betekent dat er steeds weer een kelner met een nieuwe spies komt waar je iets af kunt halen: struisvogel, giraffe, warthog, impala, gazelle zebra, krokodil en toen was ik er wel klaar mee. Erg lekker! Door naar Namanga, eigenlijk op de grens met Tanzania. Drankje en het laatste stukje naar Amboseli. Onderweg naar de Serena Lodge was het al weer een game drive: gnoes, gazelles, zebra’s, olifanten, giraffes, struisvogels en vogels. En ondertussen uitzicht op die enorme vulkaan die in het buurland staat: Mount Kilimanjaro. Amboseli is een prachtig park met waterpoelen, riviertjes, moerassen en vlaktes, bossen en drooggevallen meerbodems. En overal dat uitzicht op Kilimanjaro. Leeuwen die een zebra aan het wegwerken zijn. Afrikaanse hazen die als een speer over de vlakte gaan. Jakhalzen die daar dan weer achter aan zitten. Olifanten en giraffes. En zowaar jachtluipaarden. De enige actie was af en toe even de kop omhoog steken en rondkijken. Twee jahtluipaarden, waarschijnlijk twee zusjes die nog niet zo heel lang op eigen benen stonden. Een kudde oilfanten waarvan twee beesten een geschil hadden en elkaaraan het bevechten waren. Twee leeuwinnen, drinkend uit een rivier. Een groep leeuwen die nog het bloed van de prooi moest afwassen. Een groep hyena’s op oorlogspad. Overigens is het geluid van de hyena een van de mooiste geluiden van de afrikaanse jungle (tot nog toe). Een stinkende poel met nijlpaarden en lelielopers. Mooi om te zien hoe een kudde olifanten een pas geboren olifantje in bescherming neet. Tante voorop, dan moeder met een 2e tante ende baby ertussen, gevolgd door de rest van de groep. En ondertussen maar loerend en kijkend. Observation Hill is een mooi hoog punt waar je een prachtig zicht over het park hebt. Heerlijk om daar bovenop even te zitten en alleen maar te kijken. Beneden kwam er een enorme olifantenstier naar de auto, wapperend en dreigend. Op 5 meter besloot hij ons genoeg verwend te hebben en slenterde hij weer weg. En dan zit je ’s avonds na het eten nog lekker even op een terras terwijl er 5 meter verderop een olifant naar je staat te kijken. Het dier sukkelde weg en even later scharrelen er eenstuk of wat jakhalzen.
Op naar Tanzania en dus eerst naar Namanga. Op een terrasje de benodigde papieren ingevud terwijl er ongelooflijk lekkere muziek speelde. Bleek Brenda Fassie te zijn met Amad Lozi, echt lekker. Douane van Kenia met stempels, douane van Tanzania met stempels en verder naar Arusha. Een grote plaats met heel veel bloeiende bomen en heesters. Bij The flame Tree hadden lunch en de tijd om even een stukje door Arusha te lopen. En verder naar Lake Manyara voor hopelijk de boomklimmende leeuwen. Bij aankomst vonden we 100den maraboes in de bomen, dat was niet de bedoeling maar toch wel mooi om te zien. Onze lodge was erg mooi met een heel mooi zwembad. En natuurlijk pakte ik weer mijn camera en besloot even rond te lopen. Stokstaartjes, honderden blacck headed weavers waardoor sommige bomen helemaal geel leken. In het park kwamen we weer de nodige olifanten tegen. Bizar om een stuk door een bos van enkel dode bomen te rijden. Bij het meer weer de blik op vele pelikanen, flamingo’s en nimmerzatten. Stukje lopen terwijl er net van links een kudde giraffes aankomt en van rechts een kudde olifanten. Geen leeuw gezien. Verder naar de Ngorongorokrater maar dat was slechts een schijnbeweging op weg naar Serengeti. Wel lunch met uitzicht op de krater. In Serengeti direct al olifanten, giraffes, struisvogels, impala’s, gazelles en heel veel verschillende roofvogels. En een groep van 10 leeuwen. Wat het meeste indruk maakte was de kleine migratie van zebra’s en gnoes. Duizenden beesten in eindeloze rijen op weg naar het buurpark. En dat is dan de kleine migratie. De Serengeti Sopa Lodge was mooi met dito kamers; zitkamer, slaapkamer en badkamer. Diner, spelletje, geluiden luisteren en slapen. Tijd om op game drive te gaan. Eerst naar de Seronera River omdat ik had gehoord dat daar vaak luipaarden zzouden zijn. Zeker vrij vandaag. Onderweg wel een familie hyena’s bestaande uit pa, ma en 4 kinderen. Opeens reed de chauffeur het veld in en ja hoor, een jachtluipaard met hele jonge welp. De welp schrok zo van de auto dat het wegrende waardoor moeders in paniek raakte en blaffend rond begon te rennen. Weer bij elkaar liepen ze samen weg naar een rustiger plek. Bij de rivier overigens wel een prachtige buitelarend, nooit geweten dat er zo kleurrijke adelaars waren. Bij de Mara gekeken hoe duizenden gnoes en zebra’s zzich in het water storten. In het water overal rottende lijken en waarschijnlijk heel blije krokodillen. Lunch bij het Visitor Centre. Picknick lunch. Overal brutale meerkatten. Zo brutaal dat een ervan een kopje koffie van een andere tafel en het gewoon leegdronk. Kopje werd weggesmeten, aap op zoek naar volgende item om te stelen. Buiten het centrum veel klipdassen en zwartstaartmangoesten. En weer een jachtluipaard. Op zoek nar een luipaard maar weer. Van alles gezien, geen luipaard. Wel een enorme spin in mijn klamboe. Volgens mijn redder in nood was dit een spin. Weer op pad. Natuurlijk overal gnoes en zebra’s. Kroonarenden en een nieuwe hyenafamilie (twee pups slechts). Een koppie in het landschap metbovenop een jachtluipaard met welp. De welp speelde met ons. Wegduiken en opduiken, recht naar ons kijken en wegduiken. Opduiken en ja, ze zijn er nog, wegduiken. Heel veel struisvogels ook. Lunch bij het museum van de Olduvai Gorge. Het museum is klein maar wel de moeite. Bijzondere plek want hier stond onze voorvader voor het eerst recht overeind. Verder naar de krater en dit keer geen schijnbeweging. Een, alweer enorme kamer in de Sopa Lodge. Een salamander zat tegen de ruit aan en net toen ik van binnen keek hoe hij er van buiten uit zag kwamen er twee klauwen op het raam af en zo verdween de salamander. Tijdens het diner vergastte het personeel ons jammergenoeg met koorzang. Gelukkig zagen we op de weg terug naar onze kamer nog twee kameleons.
Met kleine 4WD wagentjes de krater in. Meteen al hyena’s en gouden jakhalzen. De krater is echt enorm met diverse landschappen erin en zo reden we langs moerassen en door bossen naar vlaktes. Leeuwen, nijlpaarden, olifanten. Je komt hier bijna alleen olifantenstieren tegen omdat het voor de dames met de kinderen te steil is om hier te geraken. En daar was zowaar een zwarte neushoorn. Beetje geagiteerd maar het was er een. Al snel zagen we er nog een. Bijzonder om dit ondertussen zeer zeldzame dier te zien. Lunch bij Ngoitokitok Springs. De wouwen hier zijn zo brutaal dat ze het brood gewoon uit je handen graaien. Door naar de hippo-pool waar inderdaad zo’n 60 nijlpaarden lagen. Nog wat leeuwen en terug in de lodge een tijd over de krater uit zitten kijken.
Buiten Arusha naar het Meseroni Snake Park. Veel Afrikaanse slangen: enorme pythons, kleine groene mamba’s, hoornadders, cobra’s en zwarte mamba’s. En zo stond ik even later met een grasslang in mijn handen. Voelt raar. Lunch bij The Flame Tree en terug naar Namanga voor een drankje op het bekende terras. In Nairobi een rit door de stad waar ondanks de smerigheid en het verval nog enkele mooie oude gebouwen staan. Onze intrek in het Safari Park Hotel met diner plus avondvoorstelling. Dit was wel leuk want dit was meer spectaculaire dans van een stuk of 20 oogverblindend gespierde glanzende mooie zwarte mannen in lendedoekjes. En de volgende dag naar het vliegveld en vervolgens naar Schiphol