2005 - Namibie en Botswana

01-03-2015 07:51

De taxicentrale van Bussum is een ramp. Afspraak maken en dan dus gewoon niet komen. Gelukkig liep de buurman al heel vroeg buiten en hij bracht ons dan ook even snel naar het station. Trein naar Schiphol. Inchecken, douane en op naar ons vliegtuig. Toestel moest ijsvrij gemaakt worden dus het duurde even voor we daadwerkelijk de lucht ingingen. Maar we gingen en we landden in Johannesburg. Transfer naar het hotel en tijd voor bier. Mooi hotel wel overigens, The Airport Grand. Ontbijt wat minder, heel veel meloen. Transfer terug naar het vliegveld en klaar voor de korte vlucht naar Windhoek. Daar stond al iemand klaar om ons de auto te brengen en wat tips te geven voor de trip. De auto was wel even een wauwmomentje: een Toyota Hilux 4WD. Daar passen onze Peugeot en onze Renault samen in. Natuurlijk wilde ik als chauffeur aan de verkeerde kant instappen maar ik nam aan dat dat wel zou gaan wennen. Van het vliegveld is het toch nog 45 km naar Windhoek, mooie weg wel. Beetje bergachtige route. In de stad vonden we ons hotel al heel snel, Vondelhof Guesthouse. Snel weer de auto in en Windhoek in. Enorme supermarkt waar ook heel veel te koop was en dus kochten wij het een en ander, veel water want het was hier in de stad al heel warm. Rondje centrum gelopen, langs de Christuskirche, Tintenpalast en Alte Feste. Gekeken naar de show van een bedelaar die voor deed hoe hij uit een regenplas moest drinken. Het was erg rustig in de stad en dat scheen eraan te liggen dat de have stad in deze tijd van het jaar in Swakopmund vertoeft. Terug naar het hotel voor een duik in het zwembad en voor het avondeten weer de stad in, naar cafe Zoo. Het hoofdgerecht kwam eerder dan de soep en het meisje begreep niet dat wij eerst de soep wilden. Uiteindelijk kwam de eigenaresse erbij en o wee….het meisje kreeg werkelijk onder uit de zak. Ik zeg de komende weken denk ik niks meer. Lekker gegeten verder. Na een korte ochtendwandeling door een heel stil Windhoek op pad naar het noorden. Eerst naar Okahandja en toen door naar Otjiwarongo. Onderweg de auto stopgezet: je kijkt uit over een landschap waar je niets menselijks ziet. Een enorme hoogvlakte met niets. Waaanzinnig! Op de weg bijna geen verkeer, ook prettig. Tanken in Outjo. Toen ik weer in wilde stappen zag ik achter de  auto wat jongens wegduiken. Hadden de, verre, achterklep open weten te krijgen. Niks weg. Inchecken in Etosha Safari Camp, een luxe tented camp met enorme en hele mooie badkamers. We waren eigenlijk nog best op tijd dus snel weer de auto in en naar Etosha gereden. En zo reden we het park in. Bij de eerste poel, Ombika, zagen we al een stel zebra’s en springbokken. Bizar stuk landschap ook, wit gesteente. In Okaukuejo de entree betaald en verder naar Gemsbokvlakte en Olifantsbad. Onderweg een dode olifant maar gelukkig ook levende giraffes, koedoes, gemsbokken, gnoes, jakhalzen en veel springbokken. Terug in het Camp gegeten, wat gedronken, wat zitten kletsen met andere toeristen en genoten van de enorme duisternis. Om 6 uur zaten we alweer in het restaurant. En voor 7 uur reden we aldus het park weer in. Bij Okaukuejo links aangehouden om bij Okondeka een jonge leeuw tegen te komen. De rest lag een beetje uit het zicht maar deze jongeling was op erg actief. Mooie vergezichten over de zoutpan van Etosha. Via Leeubron naar het Sprokieswoud, een bos van moringobomen. Normaal staan die alleen maar hier hebben ze besloten een bos te vormen. De vormen van de bomen zijn, voorzichtig gezegd, een beetje grillig en elke boom lijkt wel een of ander sprookjeswezen. Terug en bij Okaukuejo rechts aanhouden. Langs Kapupuhedi, Ondonjab, Homob, Sueda en Salvadora naar Rietfontein. Geen enorme overvloed aan dieren. Veel gemsbokken, veel springbokken, wat giraffes. In Halali wat te eten gekocht maar we werden allebei helemaal naar van de hotdog. Beetje jammer. Langs de Helio Hills en Goas naar Springbokfontein. Onderweg genoten van prachtige uitzichten over de zoutpan. Een warrige kudde springbokken vormt zodra ze de pan op gaan een rechte lijn. Opeens is er orde. Een kudde rode hartebeesten bleek veel jonkies te hebben, erg leuk. Verder naar Kalkheuvel. Voor mij als chauffeur erg leuk, de weg was slecht met veel enorme plassen en dat is toch wel leuk met een Hilux. Op het asfalt naar de Von Lindequistpoort zagen we een groep black-faced impala’s en heel veel dik-diks. Dit is de kleinste antilope en je ziet ze dus vaak aan de kant van de weg, dagdromend lijkt het wel. Park uit en direct het prive park van de Onguma in. Koedoes op het pad. De weg loopt een stuk paralel aan de hekken van het park en we zagen opeens overal giraffes lopen. Onguma Safari Camp bleek ook weer mooi, stuk kleiner dan het vorige Camp. Weer een prima kamer ook. Buiten alleen heel veel spinnen. Gadver! Diner aan een soort table d’hote. Erg lekker overigens. Voor het ontbijt had ik er al weer een korte wandeling opzitten en onderweg ontmoette ik een kudde black faced impala’s, gezellig. In Tsumeb naar de bank, tanken en een rondje Spar. Via Grootfontein (waar inderdaad nog wat jacarandas in bloei stonden) naar het noorden. Veel slachtoffers voor de auto vandaag. Eerst een helmparelhoen , toen een spreeuw en tot slot nog een geelbekwouw. En dat allemaal omdat elke vogel de weg opduikt om miljoenpoten te vangen (die echt in enorme aantallen op de weg liggen en lopen). Door het veehek en de politiecontroles verder het bushmanland in. Het Afrika uit oude films bijna. Dorpjes met kleine ronde hutten, loslopende koeien en geiten, vrouwen met takkenbossen op hun hoofd. Rundu bleek niet veel meer te zijn dan een benzinepomp met supermarkt en veel rotzooi. Buiten Rundu vonden en zochten we de N’kwazi Lodge, aan de rivier de Okavango. Inchecken en bijna meteen aan boord van een speedboot voor een riviertrip. Aan de oevers badende mensen, vrouwen die de was doen, een man die een catfish vangt. En de rivier is de grens met Angola en zo legden wij kort aan in Angola voor  een illegaal bezoekje. Prachtige zonsondergang en tijd voor het eten. Dit keer geen table d’hote maar al snel schoven we met wat Zuid-Afrikanen en Amerikanen de tafels aan elkaar. Dit keer voor het ontbijt loslopende paarden blijft mooi om te zien. Na een leuk gesprek met de eigenaresse doorgereden naar Divundu over een wederom bijna lege weg. Op naar de Suclabo Lodge. Weer een eigen chalet, weer uitzicht over de rivier. We waren vroeg en hadden dus lekker even de tijd om het rustig aan te doen. Wat kaarten, zwemmen, rondbanjeren, biertje en lunchen. En het wemelde hier van de vogels. Van kleine kolibris tot enorme visarenden En paradijsvogels! Aan het einde van de middag was het weer tijd voor een boottrip. Nijlpaarden te over hier. En idem krokodillen. Naar de Popa Falls en terug. Die Fallszijn wel leuk maar het zijn meer stroomversnellingen dan watervallen. Diner en bier met de eigenaar die helaas fan van 010 was. Wel bizar om helemaal hier op tv een wedstrijd van 010 tegen NEC te zien trouwens.

Via Divundu de Caprivistrook in. Een van de vreemde gevolgen van het rondje landverdelen dat vooral Duitsland, Engeland en Belgie in 1885 deden. Langs de weg hoopgevende borden dat we nu olifantengebied inreden. We kwamen wel 3 politiecontroles tegen maar olifanten…ho maar. Kongola bleek weer een dorp te zijn dat bestaat uit een supermarktje en een benzinepomp. Een flink stuk de binnenlanden in om te landen bij de Namushasha Country Lodge waar ons een heel hartelijk welkom wachtte. Mooie kamer met geweldige badkamer. Na de luncht een wandeling gemaakt. Eekhoorns, veel ibissen en een vers Nijlpaardspoor. Op de veranda verder vogels zitten kijken. Dit uitgestrekte moerasgebied is wel weer erg rijk aan gevederd leven. Later in de middag tijd voor de volgende boottrip. Door allerlei geulen met papyrus, riet en waterlelies naar een aanlegsteiger. Overstappen in een auto en game drive. Diks-diks, steenbokken, koedoes, tsessebees.  Veel visarenden, jezusvogels, impala’s en bavianen. De diepzwarte wolken die de lucht al donker kleurden haalden ons uiteindelijk in en door een watergordijn reden en voeren we terug. Bij de lodge paniek omdat een nijlpaard amok maakte en zelfs tot in de entree was geweest. ’s Avonds geschreeuw: 2 houtuilen in het gras.

Via Katima Mulilo en Ngoma de grens over en Botswana in. Paspoortcontrole aan de Namibische kant, brug over en controle aan de Botswanese kant. Veel stempels, door bakken met ontsmettingsmiddel lopen en rijden en uiteindelijk mochten we met de auto het land binnen. Op weg naar Kasane. Onderweg al van alles te zien: warthogs, koedoes, impala’s en bavianen. Kasane bleek een druk plaatsje te zijn met veel winkels en voorzieningen. Geld gehaald, supermarkt bezocht en de lodge gelokaliseerd, dit keer de Chobe Safari Lodge. De lodge waar Prins Bernard ook vaak verbleef. Op stand dus. We konden nog net mee met een game drive door Chobe. De auto was al vertrokken maar een andere ranger scheurde met een Landrover over diverse wegen en haalde de Landcruiser in zodat wij konden overstappen. Eindelijk weer olifanten. Veel olifanten. Een jonge olifant werd nerveus en begon te trompetteren. Mooie is dat er toen meteen overal vandaan olifanten aan kwamen. Aan de Chobe even gestopt om wat te drinken en een nijlmonitor van dichtbij te zien. Meer olifanten, koedoes, een visarend die een vis ving, zebramangoesten, dwergmangoesten. En dat alles in een mooi landschap. Eten en een avondwandeling. En met de eigen (grappig zo snel als een huurauto als bezit voelt) auto Chobe in. De wegen waren wel ok totdat ik opeens los zand bereikte. En vast. Gaaf, eindelijk een reden voor de 4WD functie. En los. Rijden rijden rijden. Veel impala’s weer, nijlpaarden, warthogs, visarenden, nijlmonitor met prooi, waterbokken en karmijnrode bijeneters. En daar een giraffe. En daar ook. Daar nog een. Uiteindelijk stonden we in een groep van 16 giraffes. Leek wel of ze dansten. De nekken om elkaar, rondlopen, kop tegen nek. Geweldig om te zien. Bij Idahi besloot ik route 15 in te gaan. Deze route werd alleen allengs slechter en smaller. Na een stuk kon ik echt niet verder en moest dus kiezen: achteruit of omkeren. Beide niet echt leuk dus compromis: klein stukje achteruit en keren op een plekje dat 5 cm breder was dan de auto. Lukte zowaar. Bij Ngoma het park uit en over de grote weg terug naar Kasane. Een hele dag in Chobe zonder een olifant te zien, een kunst. Er lopen rond de 65.000 van die beesten en wij zien er nog niet een. Echter, eenmaal buiten het park kwamen we meerdere kuddes tegen, op en aan de weg.

Dagje naar de Victoria Falls. Vroeg op en met een busje vi Kazangula naar Zimbabwe. Mooie stempels in mn paspoort. En dan zie je vanaf Western Cataract de watervallen. Het stuk oerwoud is hier wel leuk: heel anders dan je normaal hier verwacht ligt hier een stuk tropisch regenwoud door het spatwater van de watervallen. Beeld van Livingstone en verder zie/hoor je watervallen. Lopen langs de Main Falls, Rainbow Falls, Eastern Cataract en Danger Point, meteen ook de mooiste plek. Vaanf de Zambezzi Bridge kun je bungeejumpend de Zambezi in. Leuk!

In het stadje zelf wordt veel gebedeld wat rondlopen een beetje vervelend maakt. Lunch bij Wimpy, 865.000 dollar voor 2 hamburgers en 2 cola. Kop thee bij het fameuze Vic Falls hotel, Flesje water op straat gekocht: kost 120.000 maar ach, 80.000 mag ook hoor. Dan weet je dat je alsnog op wordt gelicht. De volgende dag verder naar Nata. Giraffen op de weg, een enorme slang op de weg. Sabelantilopes in de berm, olifanten in de berm, struisvogels erbij. Een olifantenstier in zeer kennelijke staat van grote opwinding. Hyena’s langs de weg. De Nata Lodge leekwel weer ok te zijn en al snel gingen we op pad voor een game drive naar de Makgadikgadi vlaktes. In de zeikende regen. Met heel veel bliksem en donder. Kikkers, eenden, lepelaars, ibissen, traps en zadelbekken. Toch leuk om te doen. In de avond wordenhier de nachtapies gevoerd en dus zie je dan diverse kleine galago’s door de bomen trekken. Beetje niet zoals het zou moeten maar toch ook wel weer leuk om juist wel te zien. Verder naar Maun met de gebruikelijke bermbewoners. Veel ezels ook trouwens. Bagage in hotel Rileys gezet en de stad in. Je zit hier dus in de hoofdstad van de Delta en ja, excursies zijn meerdaags en redelijk onbetaalbaar. Maar in elk geval een leuke stadmiddag gehad met goed eten in de Sports Bar. Ook een bezoekje aan de krokodillenboerderij gebracht. Beetje onderbezet qua personeel omdat er net van de week iemand opgegeten was door een van de huiskrokodillen. Na een wederom goed ontbijt de auto in en op pad naar Moremi, met waarschuwingen dat het door de regen bijna onbereikbaar zou zijn. En dat klopte. Plassen zo groot als het Naardermeer en waarschijnlijk net zo diep. Na een paar flinke waterplassen doorgereden te zijn stonden we met een paar autos stil voor de volgende. Niemand durfde deze over te steken met de auto. Terug en gestopt bij iets wat een bar zou zijn. Daar was ook een slangenpoel en ja, meerdere zwarte mamba’s. Terug in Maun naar het plaatselijke Education Centre gelopen. Een klein wandelpark met wilde dieren. Geen gevaarlijke, op de vele slangen na maar ja, dat bordje stond bij de uitgang. Erg leuk om te lopen. Een giraffe lijkt op deze manier veel groter en je staat echt verbaasd hoe dicht je bij dieren komt. Ook omdat je ze pas heel laat ziet. Een warthog kwam mijn kant oprennen maar bedacht zich met gierende remmen toen het mij echt zag. Een lange reisdag brengt ons via veel leuke namen naar Ghanzi. Onderweg eindelijk een vliegende kori trap: 18 kilo met een spanwijdte van 2,5 meter, best imposant dus). In Ghanzi een bezoek aan het San Craft Centre, leuke dingen wel. Getankt en verder over Kalkfontein, Xanagas en Charles Hill naar de grens met Namibie. Weer stempels om eruit en even later er in te mogen. Klein stukje over de grens hadden we een reservering op een farm, Bush Breaks. Eenfamr zo groot als Friesland ongeveer. Mooi chalet, 2 heerlijke labaradors en een geweldige plensbui. Na regen komt een wandeling en dat deed ik samen met twee hele blije labradors. Op deze farm fokken ze allerlei “wilde” dieren voor drie dingen: toeristen komen kijken, andere mensen kunnen ze schieten en het is ook nog eens lekker vlees. Tel uit je winst. Met de zoon van 11 jaar een tochtje over de farm gemaakt, hij reed. Wanneer je op een dergelijke plek heel vroeg in de ochtend buiten zit hoor je niets. Enkel geluiden van dieren. Een zingende vogel. Een kuchende impala. Rennende hoefjes van een warthog. Ik vind dat het echte leven, luisteren naar de natuur en jezelf. Rustig aan naar het vliegveld om de vlucht van 17.20 te halen die ons weer naar Johannesburg zou brengen. Door naar Amsterdam en met de trein teurg naar Bussum.