De "Shy mountains"
Een dagje op pad in een nationaal park in Afrika blijft toch wel een van mijn favoriete tijdsbestedingen. En tijdens een verblijf in Arusha stond een bezoek aan Arusha National Park dan ook hoog op mijn verlanglijstje. Ondertussen staat her niet meer op dat lijstje en dat houdt in dat ik er geweest ben. En om met de deur in huis te vallen: aanrader!
Bijna direct na het park ingereden te zijn kwamen we de eerste wilde dieren tegen: kuddes zebra’s, buffels en giraffes. Buffels zijn bij veel mensen niet de meest populaire dierensoort maar neem eens een close up van een buffelkop en kijk dan in de ogen van dat dier…zo mooi en triest en eigenlijk vol vertrouwen. Ik was dus al blij want ik had de eerste mooie ogen al weer te pakken.Toegegeven, het is geen Serengeti of Ngorongoro maar het is desondanks een erg leuk park om een dag in door te brengen. Een voordeel is alleen al de ligging: een kleine 40 minuten buiten Arusha. Vanuit de stad ben je er dus zo en daarmee is het meteen een leuke dagbestemming. Vanuit Arusha en de verre omgeving is het hoogtepunt van het park vaak al te zien: Mount Meru, een van de hoogste pieken van Afrika (4566 meter liefst). Maar het park biedt veel meer dan alleen deze prachtige vulkaan.
Ons eerste doel was om van de ene ingang naar de andere ingang te rijden. Bij deze andere ingang is het namelijk mogelijk om een stuk te wandelen; iets wat altijd ontzettend leuk is om te doen in een nationaal park. Je kunt zelf kiezen hoe lang je wilt wandelen: 1 tot 4 uur. Wij kozen voor een uur en liepen even later achter een ranger aan het park in. Omdat het park aan de voet van een berg ligt stromen overal beekjes en riviertjes. Fraai! Al snel liepen we een grote kudde buffels tegen het lijf, afgemaakt met vele wrattenzwijnen. En dat zijn ook al weer van die leuke dieren, staartje omhoog en wegrennen. Ons doel was een waterval en zo stonden wij al snel onder een waterval. Schoon water uit de berg met een zout bijsmaakje. Een dik-dik die voor onze voeten wegsprong. Het geluid van krijsende bavianen vlakbij en het geloei van buffels op de achtergrond. De ranger vertelde onderweg van alles over de kleine dingen: planten, holen in de grond, vlinders en ga maar door. Erg leuk. En steeds weer dat uitzicht op Mount Meru. Min of meer dan want de berg bleef verstopt in een pak wolken. De verder weg gelegen Mount Kilimanjaro was ook al niet te zien vanwege een pak wolken. Dit schijnt vaak zo te zijn, reden dat deze twee bergen ook wel de “verlegen bergen” worden genoemd.
Na de wandeling reden wij verder het park in, op weg naar de kratermeren. Hier zijn van april (grof gezegd) tot oktober vele flamingos te zien. Helaas was nu het grof gezegd van toepassing en waren er nog niet veel van deze prachtige vogels te zien. Maar ook zonder deze vogels is het prachtig om deze meren te zien. Blauw groen water, groene oevers, veel dieren….het plaatje klopte weer helemaal. Onderweg naar deze meren zagen we vele giraffes. Een groep van 14 dieren stond op en naast een klein weggetje en vormde daarmee een zeer geschikt “geniet-moment”. In alle rust stonden ze te eten van de acacia’s, af en toe even om zich heen kijkend en na twee gracieuze stappen verder gaan met eten. Een baby giraf van 3 maanden oud maakte het mooie plaatje compleet.
Na een picknick met uitzicht over het Momella meer reden we verder naar de Ndurgota krater. Een klein beetje vergelijkbaar met Ngorongoro krater. Veel kleiner en voor het overgrote deel moeras maar wanneer je vanaf de ring naar beneden kijkt geeft het een idee van Ngorongoro. Ook hier liep weer een flinke kudde buffels rond te banjeren. In de bomen achter ons was ondertussen een groep franje apen verschenen. Deze blach and white colobus verschilt van de franje apen die in Uganda voorkomen. Met name de staart is anders: hier in Arusha NP hebben ze een kortere dikke wollige witte staart terwijl ze in Uganda een lange dunne zwarte staart met witte pluim hebben.
Even later zagen we in de verte iets wat ik wel heel bijzonder vond: en albino baviaan. Er schijnen in dit park momenteel drie albino bavianen te zijn en het ziet er echt geinig uit. Ik had er nog nooit van gehoord dus weer iets geleerd. En wat valt er verder te zien: waterbokken, bosbokken, patas apen; er zijn zelfs luipaarden en olifanten. Zoals gebruikelijk zijn de luipaarden moeilijk te vinden en wat de olifanten betreft: ze zijn er maar ze komen zelden uit het bos. Al met al, een er g leuk park met veel verschillende landschappen maar werkelijk overal groen! Niet het meest wildrijke park maar er valt desondanks genoeg te zien. En ach, een paar buffelogen, een baby giraffe en een witte baviaan…helemaal niet slecht!